Mijn verhaal begint te vroeg, waarschijnlijk rond de 32 weken zwangerschap. Ik werd als tweede geboren, totaal onverwacht. Mijn ouders wisten niet hoe ze om moesten gaan met het huilgedrag van hun baby, laat staan als je er onverwachts twee krijgt en dan ook nog eens 8 weken te vroeg.
Mijn ouders zijn allebei rond de 90 jaar en mochten 4 kinderen krijgen. Op een verjaardag wordt er gepraat over hoe mijn nichtje haar zoontje in de draagdoek houdt. Hij is met 35 weken geboren en het dragen geeft hem rust en geborgenheid. Mijn vader reageert stellig: “Wij lieten jullie altijd huilen, jullie sliepen beneden en in de nacht hoor je te slapen”, anders konden wij ook niet slapen. Wat een onzin om een baby in een doek te dragen”. Een harde werkelijkheid van vroeger.
Wat ben ik blij dat de tijd veranderd is en dat ik ouders mag leren om er te zijn voor hun baby. Ouders te leren wat de taal is van hun baby, dat hun baby graag bij ze is om zo samen alles te verwerken wat er is gebeurd.
Je wordt gevormd in de moederschoot en hoe het begin van je leven is maakt wie je wordt en bent. Tegenwoordig weten we hoe belangrijk de eerste 1000 dagen zijn.
Mijn ouders wisten niet hoe ze om moesten gaan met het huilgedrag van hun baby, laat staan als je er onverwachts twee krijgt en dan ook nog eens 8 weken te vroeg.
Mijn verhaal begint te vroeg, waarschijnlijk rond de 32 weken zwangerschap. Ik werd als tweede geboren, totaal onverwacht. Mijn ouders weten niet alles meer, weggestopt of nooit bij stil gestaan. Wat vooral mijn vader regelmatig vertelde in geuren en kleuren dat ik als tweede in de ambulance met gillende sirenes naar Amsterdam werd gebracht. Nu ik als neonatologieverpleegkundige werk weet ik dat ik mogelijk ondersteuning nodig had. Maar dat weet ik niet zeker, staat ook niets in de papieren die er schaars waren. Mijn vader ging achter de ambulance aan, terwijl mijn zus in Den Helder bleef. We werden gescheiden na 7 maanden samen geweest te zijn.
Er komen 2 drukke maanden aan voor mijn ouders die nog 2 kinderen hebben, mijn broer en zus, en het bij elkaar zoeken van nog een babyuitzet. In het dorp woont een gezin met ook een tweeling die ongeveer een of twee jaar ouder is. In die tijd was al snel bekend dat er spullen nodig waren voor een tweede baby en binnen de kortste keren waren alle spullen in huis voor een tweeling.
Hier is de uitdrukking: ‘It takes a village to raise a child’ wel van toepassing.
De twee maanden in het ziekenhuis zijn mijn zus en ik gescheiden van elkaar. Mijn zus in Den Helder krijgt 2 maanden lang alleen kijkbezoek van onze ouders. Geen aanraking of stem van je ouders, pas na 2 maanden mag ze haar ouders voelen en alsnog gaan hechten. Ik lig in Amsterdam in het ziekenhuis die blijkbaar net een stapje vooruitloopt voor die tijd want 1 x in de week kwamen mijn ouders langs en mochten mij dan vast houden. Twee nieuwe levens die van elkaar gescheiden zijn, beide onvoldoende de mogelijkheid om te gaan hechten in een wereld (de afdeling) waarbij veel handelingen zijn in hard licht, verschillende handen en weinig tot geen contact met je eigen vader en moeder.
Na twee maanden komen wij allebei thuis maar er is geen ruimte voor het feit dat wij nog steeds 8 weken te vroeg op de wereld kwamen. We kwamen thuis en moesten meedraaien in het gezin als 2 jongsten. Ik bedenk wel dat ik blij was om weer bij mijn zus te zijn, we waren dan ook altijd samen.
Ik ben liefdevol opgegroeid in de onwetendheid van mijn ouders dat het ook anders kan. Hoe ik en mijn zus zijn opgegroeid is in sommige opzichten niet goed en ik weet bijna zeker dat de afhankelijkheid van mijn zus (vroeger) te maken heeft met het gescheiden zijn van je zus en je ouders. Voor mij geldt dat ik een volhouder ben, doe graag alles zelf en zorgde voor mijn zus.
Ik ben blij met mijn zussen en mijn broer en ben vooral heel blij dat ik vanuit mijn eigen kennis ouders mag leren over hun baby. Vertellen hoe belangrijk het is om huid contact te hebben, contact te maken en er te zijn voor je baby.
Reactie plaatsen
Reacties